Vermogensbeheer
- Starten
- Overzicht partijen
- Rendement
- Kosten
- Veiligheid en Risico's
- Beleggingsstrategieën
- Hulp bij keuze
Algemeen
Waar verdient Finner aan?
Maakt u via Finner contact met een partij, dan ontvangen wij daar een eenmalige vaste vergoeding van. Zo helpt u mee om onze dienstverlening gratis en onafhankelijk te houden. Én steunt u onze strijd voor een transparantere financiële sector. Met alle partijen maken we dezelfde prijsafspraken. Het maakt daarom voor ons niet uit welke partij u kiest. In geen geval wordt de vergoeding aan u doorberekend.
Hoe komt de beoordeling tot stand?
Wij beoordelen partijen ieder jaar op 80 punten op het gebied van organisatie, kosten, beleggingsbeleid en risicobeleid. Zo beoordelen we bijvoorbeeld of alle vergunningen aanwezig zijn, beoordelen we de hoogte en voorwaarden van de kosten en controleren we de onafhankelijkheid van een partij. De partijen die volledig transparant zijn over hun kosten, rendementen, risico’s en beleggingsbeleid scoren een hogere beoordeling. Het aantal sterren (1 tot 5) geeft aan hoe hoog de beoordeling is.
Wanneer kan ik het beste instappen?
Gemiddeld behaalt u het hoogste rendement door direct en volledig in te stappen. Voorwaarde daarbij is dat u het geld voor langere termijn kunt missen. De tijd die u kunt beleggen is immers belangrijker dan de timing. Toch kan ineens starten met beleggen een spannende stap zijn. Overweeg in dat geval om gespreid in te stappen met kleinere bedragen. Bij de meeste beheerders kunt u makkelijk en zonder extra kosten periodiek inleggen.
Lees meer in ons artikel: nu instappen of wachten met beleggen?
Kan ik bij meerdere partijen beleggen?
Jazeker. Met spreiden verlaagt u het risico. U bent dan niet afhankelijk van één beleggingsstrategie. Kies in dat geval wel vermogensbeheerders met een verschillend beleggingsbeleid.
Wat is risicoadvies?
Veel vermogensbeheerders hebben een zorgplicht om u een passend risicoprofiel te adviseren. Dit gaat om een (online) vragenlijst over uw situatie en doelstellingen. Hieruit volgt een risicoadvies. Partijen met deze zorgplicht zijn wettelijk verplicht om uw risicoprofiel jaarlijks te herbeoordelen en indien nodig aan te passen. Zo bent u er zeker van dat het risico bij u past. Nu, maar ook in de toekomst. Als u een goed beeld heeft van uw eigen risicobereidheid en uitgangspunten kunt u dit ook zelf doen.
Wat is financiële planning?
Financiële planning geeft een totaalbeeld van iemands financiële situatie. Hoe deze nu is en geprojecteerd in de tijd. Hoewel er altijd onzekerheden blijven, probeert een financieel planner een zo goed en volledig mogelijk beeld te geven van de inkomens- en vermogenspositie op korte en lange termijn. Hierbij wordt rekening gehouden met de verdere levensloopplanning.
Lees hier meer over financiële planning.
Wat is het verschil tussen actief en passief vermogensbeheer?
Een actieve vermogensbeheerder heeft als doel om een beter rendement te halen dan de markt of de risico’s te beperken. Dit wordt geprobeerd door de markt te timen en door te kijken waar op dat moment de kansen in de markt liggen. Zo wordt continu gekeken naar wat op dat moment de juiste beleggingen zijn en kan de portefeuille daarop worden aangepast. Ook kan een vermogensbeheerder actief beleggen vanwege duurzame voorkeuren.
Een passieve vermogensbeheerder heeft niet als doel om de markt te verslaan, maar om juist het marktrendement te volgen. Dit doet de beheerder door de portefeuille te spreiden via indextrackers. Het beleggingsbeleid wordt bewust simpel gehouden en zo blijven de kosten laag.
Wat is het bezwaar van eigen producten?
Sommige aanbieders beleggen in eigen fondsen. Dit kan de onafhankelijkheid van het beleggingsbeleid beïnvloeden. Daarnaast kunnen eigen producten leiden tot een extra verdienmodel voor de partij.
Is een kleine vermogensbeheerder wel veilig?
Wij bevelen alleen partijen met de juiste vergunningen aan. U herkent een betrouwbare vermogensbeheerder aan een AFM vergunning en Kifid- en DSI registratie. De wet vereist dat beleggingsondernemingen vermogensscheiding naleven. Dit betekent dat zij de beleggingen van klanten moeten scheiden van hun boedel. In de praktijk betekent dit dat alle vermogensbeheerders, groot of klein, de beleggingen onderbrengen bij een aparte depotbank of bewaarbedrijf. Hierdoor blijven de beleggingen van klanten veilig wanneer de vermogensbeheerder failliet gaat en kan niemand er met uw beleggingen vandoor.
Rendement & Risico
Hoe kan ik de rendementen analyseren?
Door de rendementen van een vermogensbeheerder te vergelijken met de Pro NL index ©, ziet u hoe de partij heeft gepresteerd ten opzichte van “de markt”. De Pro NL index is het gemiddelde rendement van alle beschikbare vermogensbeheerders in Nederland.
Analyseer de rendementen over een langere termijn om een beeld te krijgen van de prestaties en verschillen in goede en slechte tijden. Blind kiezen voor het hoogste rendement is niet verstandig. U moet immers ook kunnen leven met de aan het rendement gekoppelde risico’s. Bekijk daarom ook de analyse van de risicoprofielen voor een nadere indicatie van de verschillen in risico(profiel). In de regel geldt hoe meer risico, hoe hoger de kans op rendement.
De behaalde rendementen geven geen garanties voor de toekomst. Ze bieden hoogstens een indicatie van het succes van het gevoerde beleggingsbeleid over verschillende periodes. In de bijlage van uw vergelijkingsrapport vindt u ook de rendementen van 2 alternatieve profielen en uitleg over het beleggingsbeleid van de partijen. Heeft u vragen? Neem dan contact op met uw vermogenscoach.
Hoe kan ik het risicobeleid beoordelen?
In het vergelijkingsrapport is er per categorie het gemiddelde gewicht weergegeven (zwarte bolletje) en het minimale en maximale (min-max) percentuele gewicht dat de partij conform hun beleggingsbeleid in deze categorie kan beleggen. De gewichten geven u inzicht in de mogelijkheden van het beleggingsbeleid. In de regel is hoe groter het percentage aandelen, hoe hoger de mogelijke winst of verlies.
Actieve vermogensbeheerders kunnen ervoor kiezen om (tijdelijk) af te wijken van het gemiddelde gewicht (zwarte bolletje). Wanneer deze vermogensbeheerders verwachten dat de marktomstandigheden zullen verbeteren, kunnen zij ervoor kiezen om tijdelijk meer in aandelen te beleggen en minder in obligaties. Bij een ongunstigere economische verwachting doen zij uiteraard het tegenovergestelde. Hoeveel de vermogensbeheerder kan afwijken wordt weergegeven met toegestane bandbreedtes (groene staven om het zwarte bolletje).
Hoe worden de gemiddelde meerjarige rendementen berekend?
De meerjarige rendementen zijn door ons berekend door middel van het meetkundig gemiddelde. Dit is conform de richtlijnen van de AFM. Hiervoor gebruiken wij de afgelopen hele jaren. Het huidige nog lopende jaar is dus niet in de gemiddeldes meegenomen. Elk jaar in januari worden de jaarrendementen verzameld en berekenen we opnieuw de gemiddeldes.
Zijn de kosten al van het rendement af?
Alle rendementen die wij tonen zijn netto. Dat betekent dat alle kosten er al af zijn. U hoeft die er dus niet nogmaals af te halen.
Wat is gerealiseerd risico en de standaarddeviatie?
Met de standaard deviatie meten we hoeveel risico een vermogensbeheerder in een bepaalde periode heeft genomen. In principe geldt: hoe hoger de standaarddeviatie, hoe hoger het gerealiseerde risico van de strategie.
De standaarddeviatie is een begrip in de statistiek die de mate van spreiding rond een gemiddelde aangeeft. Let vooral op de hoogte van de standaarddeviatie van een vermogensbeheerder en vergelijk deze met de standaarddeviatie van andere partijen. Een hogere standaarddeviatie betekent dat de rendementen van de beheerder meer hebben gefluctueerd en dus dat er meer risico is genomen met het belegde vermogen.
De standaarddeviatie zegt iets over de fluctuaties van het rendement. In ongeveer 68% van de gevallen zal het rendement één standaardafwijking van het gemiddelde vallen. In meer dan 95% van de gevallen zal het rendement hooguit twee standaardafwijking van het gemiddelde liggen. Wanneer een vermogensbeheerder een hogere standaarddeviatie heeft, is de voorspelde bandbreedte aan mogelijke rendementen breder en het risico dus hoger.
Wat betekent N/A?
De data is dan niet beschikbaar. Dit kan een aantal oorzaken hebben:
- De vermogensbeheerder bestond nog niet.
- De desbetreffende portefeuille bestond nog niet of de data gaat niet zo ver terug.
- De vermogensbeheerder wil dit niet inzichtelijk maken.
Kosten
Welke kosten zijn in de berekening meegenomen?
Finner neemt alle kosten mee volgens de TCO-methodiek, conform de laatste (MIFID II) richtlijnen.
In ons artikel Kosten vermogensbeheer vergelijken worden alle kostencomponenten van de TCO-methodiek afzonderlijk toegelicht.
Waarom lijken de kosten hoger dan dat de vermogensbeheerder mij communiceert?
Een vermogensbeheerder is wettelijk verplicht om alle kosten inzichtelijk te maken. Helaas blijkt uit ons onderzoek dat slechts een handjevol vermogensbeheerder dit goed doet. Vaak lopen er toch nog indirecte en verborgen kosten uit de portefeuille die voor de belegger niet inzichtelijk zijn. Finner neemt daarom alle kosten mee volgens de TCO methodiek, conform de laatste (MIFID II) richtlijnen. Om vermogensbeheerders goed te vergelijken kunt u daarom het beste naar dit percentage kijken. Heeft u van uw vermogensbeheerder een persoonlijke korting gekregen? Dan kunt u die van het getoonde kostenpercentage aftrekken.
Lees meer in ons artikel: kosten vermogensbeheer vergelijken
Kan ik korting krijgen bij de beheerder?
In sommige gevallen kunt u korting krijgen op de beheervergoeding. Dit is vaak afhankelijk van uw te beleggen vermogen en/of de kostenstructuur van de vermogensbeheerder. Vaak versterkt u uw onderhandelingspositie door met meerdere partijen in gesprek te gaan.
Wat betekent N/A?
De data is dan niet (volledig) beschikbaar. Dit heeft de volgende oorzaak:
- De vermogensbeheerder maakt niet alle kostenonderdelen inzichtelijk.
Duurzaamheid
Op welke internationale richtlijnen toetst Finner het duurzaamheidsbeleid?
Finner toetst het duurzaamheidsbeleid van vermogensbeheerders op de volgende 3 internationale richtlijnen die betrekking hebben op mens, maatschappij en milieu:
- VN-richtlijnen voor mensenrechten en bedrijfsleven: Dit zijn afspraken over de plicht van overheden om de mensenrechten te beschermen, de verantwoordelijkheid van bedrijven deze rechten te respecteren en het recht van slachtoffers op toegang tot rechtsmiddelen bij schendingen. Dit betreft bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden, ketenverantwoordelijkheid en invloed op lokale gemeenschappen.
- OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen: Dit zijn bredere richtlijnen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, opgesteld door de Nederlandse overheid en andere overheden van landen die lid zijn van de OESO. Deze richtlijnen hebben veel overlap met de VN-principes, maar beslaan ook thema’s zoals transparante verslaglegging, milieu, corruptie, belastingontwijking en consumentenbelangen.
- Klimaatakkoord van Parijs: Dit betreffen afspraken om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Doel van het akkoord is om de opwarming van de aarde ruim onder de 2 graden Celcius te houden, met een duidelijk uitzicht op een stijging van 1,5 graden Celcius. Om in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs te beleggen moet de gemiddelde uitstoot van de portefeuille minimaal 50% lager zijn dan de brede aandelenmarkt en jaarlijks met 7% afnemen.
Wat zijn ESG scores?
De term ESG is een Engelse afkorting die staat voor:
- Environmental: betreft onder andere het voorkomen van schade aan het milieu en het efficiënt gebruik maken van grondstoffen.
- Social: gaat over de inzet voor de maatschappij, productverantwoordelijkheid en oog hebben voor werkdruk en mensenrechten.
- Governance: heeft te maken met goed en eerlijk bestuur dat in het belang van aandeelhouders opereert en corruptie, fraude en belangenverstrengeling tegengaat.
ESG scores worden vaak opgesteld door externe dataproviders die bedrijven beoordelen op hun ESG prestaties. Vermogensbeheerders gebruiken deze scores om bovengemiddeld in bedrijven met een goede ESG score te beleggen of bedrijven met lage scores uit te sluiten. Sommige vermogensbeheerders maken gebruik van een Best-in-class selectiemethode, waarbij enkel belegd wordt in bedrijven die binnen hun sector de hoogste ESG-scores hebben. Het percentage best-scorende bedrijven dat gehanteerd wordt kan variëren, meestal ligt dit tussen de 75% en 25% per sector. Een lager percentage betekent dat er een strenger selectiebeleid wordt toegepast (meer duurzaam).
In welke duurzame thema’s kan ik beleggen?
Bij themabeleggen wordt gekeken naar de positieve bijdrage van beleggingen aan bepaalde (duurzame) thema’s. De meeste vermogensbeheerders maken hiervoor gebruik van het raamwerk van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN (Engels: Sustainable Development Goals of afgekort SDG’s).
Finner laat in het vergelijkingsrapport de volgende 6 SDG’s zien:
- SDG 1: Geen Armoede – Bijvoorbeeld microkredieten in ontwikkelingslanden. Dit zijn kleine leningen aan kleine of startende ondernemers die vaak geen toegang hebben tot financiële diensten via een gewone bank.
- SDG 3: Goede gezondheid en welzijn –Bedrijven die (gezondheids-)zorg aanbieden maar ook farmaceutische bedrijven of fabrikanten van medische apparatuur.
- SDG 6: Schoon water en sanitair – Bedrijven die actief zijn in afvalwaterverwerking of drinkwatervoorziening en fabrikanten van sanitaire systemen.
- SDG 7: Betaalbare en duurzame energie – Fabrikanten van zonne- en windenergiesystemen, omvormertechniek, batterijopslagsystemen, maar bijvoorbeeld ook netbeheerders en bedrijven die groene stroom opwekken. Ook energie-efficiëntie is hier onderdeel van, zoals fabrikanten van isolatiemateriaal of efficiënte apparaten.
- SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie – Bedrijven die actief zijn in afvalverwerking of recycling, maar bijvoorbeeld ook fabrikanten van herbruikbare of afbreekbare (transport-)verpakkingen.
- SDG 13: Klimaatactie – Dit zijn alle bedrijven die ook onder SDG 7 vallen maar daarnaast ook duurzaam vervoer zoals spoorwegvervoerders of fabrikanten van elektrische auto’s of spoorwegmaterieel. Ook producenten van plantaardige vlees- en zuivelalternatieven vallen onder dit thema.
Enkel de thema’s waar de vermogensbeheerder duidelijk bovengemiddeld in belegt ziet u terug in uw analyse.
Welke categorieën kan ik uitsluiten?
Finner laat in het vergelijkingsrapport de volgende 6 categorieën zien die door veel vermogensbeheerders worden uitgesloten:
- Controversiële wapens: producenten van wapens die vaak niet gericht ingezet kunnen worden zoals clusterbommen, landmijnen, biologische wapens, chemische wapens of kernwapens. Wapens die gebruikt worden door het Nederlandse leger of politie vallen niet onder deze categorie.
- Tabak: telers van tabak en producenten van tabaksproducten.
- Gokindustrie: dit betreft gokdiensten zoals wedden op wedstrijden, toernooien of gebeurtenissen, gokhallen, (online) casino’s of fabrikanten van gokmachines.
- Steenkoolwinning: winning van thermische (stoom-)kolen gebruikt voor elektriciteitsproductie en cokeskolen gebruikt voor staalproductie.
- Stroomopwekking met steenkool: energieproducenten die (een deel van) hun elektriciteit produceren met kolengestookte centrales. Sommige duurzame vermogensbeheerders sluiten deze bedrijven niet uit omdat veel investeringen in duurzame energieprojecten juist door deze bedrijven worden gedaan.
- Olie- & gaswinning: dit betreft alle vormen van olie- en gaswinning. Hieronder vallen ook niet-conventionele vormen die doorgaans een grotere milieu impact hebben zoals teerzanden en schalieolie en -gas.
Wat betekent een omzetdrempel?
Veel vermogensbeheerders hanteren een omzetdrempel bij het uitsluiten van niet-duurzame activiteiten. Dit betekent dat bedrijven pas worden uitgesloten van belegging wanneer ze meer dan een bepaald percentage van hun omzet halen uit deze activiteit. Veelgehanteerde drempelwaardes zijn bijvoorbeeld 0%, 5% of 15%. Een lagere omzetdrempel betekent een strenger uitsluitingsbeleid (meer duurzaam).
Meestal wordt gekeken naar de directe omzet die een bedrijf haalt uit een bepaalde activiteit. Dit betekent dat het bedrijf de producent of aanbieder is van de betreffende producten of diensten. Sommige vermogensbeheerders sluiten ook indirecte omzet uit. Dit zijn bijvoorbeeld bedrijven die onderdelen of ondersteunende (retail-)diensten bieden aan producenten of aanbieders van controversiële producten of activiteiten.
